De verkiezingsprogramma’s van de zes partijen in Gennep staan vol plannen en beloften. Pas als je ze per thema naast elkaar legt, wordt zichtbaar waar de verschillen zitten. In de serie Gennep kiest zet GennepNews de belangrijkste onderwerpen op een rij. In dit derde deel staan leefbaarheid en voorzieningen centraal.
Leefbaarheid en voorzieningen
Leefbaarheid en voorzieningen klinken in Gennep als veilige woorden. Tot de programma’s open gaan. Dan blijkt snel dat de zes partijen hetzelfde begrip gebruiken voor nogal verschillende plannen.
Nadruk
Bij de VVD draait leefbaarheid vooral om een openbare ruimte die schoon, veilig en bruikbaar is. De partij schrijft over speelplekken, verlichting, onderhoud, duidelijke parkeerregels, handhaving en voorzieningen dichtbij. Dat is een nuchtere lijn. Eerst moet de boel werken, daarna komt de rest.
Het CDA legt het zwaartepunt ergens anders. Daar draait leefbaarheid minder om straatstenen alleen en meer om het netwerk dat een kern overeind houdt. In het programma staan leefbare kernen, gemeenschapshuizen, verenigingen, sportvoorzieningen, onderwijs, evenementen en vrijwilligerswerk stevig in beeld.
D66 trekt leefbaarheid breder dan veel andere partijen. Die partij koppelt wonen, mobiliteit, voorzieningen, veiligheid, klimaat en leefomgeving nadrukkelijk aan elkaar. Wat in Gennep werkt, werkt volgens D66 niet automatisch ook in Ottersum, Heijen, Milsbeek of Ven-Zelderheide. Daar zit een duidelijke keuze achter: minder standaardwerk, meer kijken per kern.
Maatwerk
ELsss zet sterk in op lokaal maatwerk en de menselijke maat. In het programma gaat het onder meer over sterke dorpen en wijken, speelplekken, sport en cultuur, bereikbaarheid van alle kernen, 30 km-zones in woongebieden en een bibliotheek die ook een plek voor ontmoeting en praktische ondersteuning moet zijn.
De toon is lokaal en praktisch: dichtbij, per kern bekeken en zonder standaardrecept voor de hele gemeente.
Bij GroenLinks-PvdA ligt de nadruk op voorzieningen als sociale basis. In het programma komen buurthuis, school, sportvoorzieningen, bibliotheek, cultuur en veilige en toegankelijke wijken terug als plekken waar mensen elkaar blijven tegenkomen. Daarmee zit de partij inhoudelijk verder van een puur technische kijk op leefbaarheid en dichter bij het idee dat publieke voorzieningen een kern sociaal overeind houden.
De SP kijkt het scherpst naar wat bewoners niet kwijt moeten raken. In het programma staan leefbare kernen, een MFA in alle kernen en dorpen, jongerenvoorzieningen, speelvoorzieningen, muziekonderwijs, sport, openbaar vervoer en openbare toiletten. De partij koppelt leefbaarheid ook nadrukkelijk aan grenzen, vooral waar de druk op kernen verder oploopt. Eerst komt de vraag wat direct nodig is en wat niet verder mag verslechteren.
Breuklijn
Hier zit de echte breuklijn. De VVD kijkt het meest naar basis op orde: schoon, veilig, duidelijk en bruikbaar. Het CDA trekt leefbaarheid sterker naar gemeenschap, verenigingen en voorzieningen die een kern sociaal bij elkaar houden.
D66 en ELsss leggen meer nadruk op samenhang en maatwerk per kern. GroenLinks-PvdA kijkt vooral naar publieke kwaliteit en meedoen. De SP denkt het meest vanuit behoud en bescherming.
Dat zijn geen details, maar keuzes die later gewoon terugkomen bij dorpshuizen, speelplekken, verkeersmaatregelen, bereikbaarheid en de vraag welke voorziening mag blijven.
Juist daarom is dit thema minder braaf dan het klinkt. Iedereen wil leefbaarheid en voorzieningen. De vraag is alleen wat daaronder wordt verstaan.
Gaat het eerst om schone straten, verlichting en parkeren, of om gemeenschapshuizen, verenigingen en ontmoetingsplekken? Gaat het om één lijn voor de hele gemeente, of om maatwerk per kern? En wanneer mag ontwikkeling door, als bewoners bang zijn iets kwijt te raken?
Daar zit in Gennep de echte politieke keuze.
