Sport beweegt. En het CDA beweegt mee. Niet per se de mensen, maar vooral gebouwen. Accommodaties, velden, gymzalen. Alles wat vaststaat, moet verplaatst worden. Naar “de toekomst”. Daar is ruimte voor parkeerplaatsen en visie. Veel visie. Toekomstbestendig.
De sportclubs zelf? Die mogen kiezen of ze vrijwillig verdwijnen of dat ze zich door een trechter laten duwen.
Twan Reintjes schreef daar een aandoenlijk stukje over. Een lofzang op het verenigingsleven. Ontroerend. Alsof hij op een uitvaart sprak van iets wat hij zelf net heeft aangereden.
“Sportverenigingen zijn méér dan cijfers op een begroting,” schrijft Twan. Dat klopt. Ze zijn ook een obstakel bij projectontwikkeling. Als je een veld vol sportende kinderen ziet, kun je daar net zo goed starterswoningen op zetten. Kinderen kunnen later nog wel leren voetballen, als ze de gemeente uit zijn.
Twan noemt de fusie van de korfbalverenigingen VIOS en SPES een “goed voorbeeld”. Voor wie, is niet helemaal duidelijk. Voor mensen die houden van lege kantines, misschien. Of voor beleidsmakers die “schaalvoordeel” met drie uitroeptekens als de ultieme prestatie zien.
Meebewegen
In Heijen wordt de voetbalclub opgedoekt. Maar het heet anders. Het heet “samenwerking” met Vitesse ’08. In Gennep. Dat is ver fietsen voor een kind van 9. En bovendien nog gevaarlijk ook! Maar je moet er iets voor over hebben om mee te doen aan de toekomst.
Meebewegen en meer bewegen! Of thuisblijven.
Wat opvalt: Twan is erg vóór sport in het algemeen, zolang het maar ergens anders is. Niet in Heijen. Niet in Ven-Zelderheide. Of in de buurt. Wel op De Heijkuul, het nieuwe sport-Walhalla van Gennep. Daar komt alles samen.
Voetbal, volleybal, korfbal, basketbal, een zwembad, een multifunctionele hal, een parkeerterrein voor SUV’s en – als het een beetje meezit – een Decathlon met drive-in voor goedkope loopschoenen en eiwitshakes met banaansmaak.
Misschien nog een kraampje waar je discreet anabolen kunt afhalen, zodat je op z’n minst fysiek groeit als je vereniging verdwijnt?
Alles onder één dak. Alles strak geregeld. Behalve de ziel van het dorp. Maar daar kun je tegenwoordig toch niets meer mee, zeggen beleidsmakers dan.
Toekomstbestendig
Volgens het rapport van Kragten levert dit plan een ‘besparing’ op. Minder velden, minder gebouwen, minder gedoe. Je moet alleen even door het verlies van je dorpsidentiteit heen.
Maar geen zorgen, je kinderen zijn flexibel. Ze kunnen straks wel individueel sporten. Of gamen. Ook teamsport.
In de gemeenteraad stemde het CDA keurig mee met dit hele plan. Ze noemen het “toekomstbestendig”. In gewoon Nederlands: het is goedkoper en je kunt er huizen op zetten. En wie wil dat nou niet — behalve de mensen die er al wonen.
Twan schrijft: “We moeten verantwoord omgaan met gemeenschapsgeld, maar nooit uit het oog verliezen wat echt belangrijk is.”
En dan denk ik: Wat ís er eigenlijk belangrijker? Wat is er belangrijker dan het verantwoordelijk afbreken van alles wat een gemeenschap nog een beetje bij elkaar houdt, alles in de naam van ’toekomstbestendigheid’? Die toekomst waar de ziel van het dorp geen plek meer heeft, maar waar wel ruimte is voor schaalvoordeel, parkeerplaatsen en huizen.
Misschien komt er ooit een monument voor al die verdwenen verenigingen. Een beeld van een kind in voetbaltenue, turend naar de ’toekomst’. Richting De Heijkuul. Te ver om te lopen. Te jong voor een scooter.
Wellicht mag Twan het openen. Met een speech.
Over hoe mooi sport is.
Dwarsliggert







































