Ik was in Gennep. Tenminste, op papier. In werkelijkheid zat ik achter een scherm naar plannen te kijken. Dat is hoe je tegenwoordig door een vestingstad loopt: met een raadsvoorstel en een parkeeronderzoek open. Steen, water, geschiedenis, het past allemaal in een pdf.
Vestingstad op papier
Gennep is een vestingstad, want dat staat in de Centrumvisie, in toeristische folders en in de hoofden van mensen die beroepsmatig graag over beleving praten. Vestingstad die bindt en boeit, zoiets. Woorden die vooral bestaan in beleidsnotities en powerpointpresentaties, waar je na drie dia’s al hoopt dat er een echte belegering uitbreekt om er een eind aan te maken.
In werkelijkheid zijn er een stukje stadsmuur en de Groene Gracht over. Een strook die ooit een verdedigingsgracht was. Je ziet het nog steeds, zonder dat er een dure stedenbouwkundige naast hoeft te staan. Een muur, een diepte. Water ingeruild voor gras, maar de lijn is duidelijk. Je kunt nog gewoon begrijpen hoe de stad eruitzag toen er echte vijanden waren, en geen parkeerdruk.
Parkeerdruk
Maar de gemeente heeft weer plannen. Eerst zestien extra parkeerplaatsen, precies waar het volgens het eigen parkeeronderzoek niet nodig is. Daarna nog een pakket van 67 nieuwe plekken in hetzelfde gebied, de gracht nog een stukje verder in. Op papier zijn het lijnen, maar je voelt aan alles dat daar straks auto’s moeten staan. Voor mensen die liever niet twee minuten lopen.
In 1993 werd een gat in de stadsmuur gemaakt, met de belofte dat er nooit parkeerplaatsen in de Groene Gracht zouden komen. Dat is dertig jaar geleden. In Gennep is dat blijkbaar de houdbaarheid van afspraken. Net iets langer dan een bakje filet americain.
Alle seinen op rood
En dan is er het Gelders Genootschap, dat zegt dat de plannen het historische karakter aantasten. Jan Wessels en André Vermeulen schreven een nette brief. Er waren ANWB verkiezingen en herinneringen aan stadstuinen en weitjes rond de muur. Een Centrumvisie die zwart op wit stelt dat er genoeg parkeerplaatsen zijn. Alle seinen staan op rood.
Ondertussen wordt in dezelfde gemeente heel enthousiast aan tegeltjes wippen gedaan. Inwoners worden opgeroepen hun tuinen open te breken, geveltuintjes aan te leggen, water meer ruimte te geven. Er zijn campagnes, foto’s van wethouders met een schep. De burger als klimaatheld, met één stoeptegel onder de arm.
Tegels eruit, asfalt erin
En dan, een paar honderd meter verderop in diezelfde stad, tekent het gemeentebestuur een plan waarin een historische gracht in aanmerking komt voor verharding. Burgers scheppen thuis hun tuin open voor een struik, de gemeente schept in dezelfde beweging een stuk historisch groen dicht voor blik.
Er zijn mensen die zich afvragen waarom er miljoenen naar het Genneperhuis moeten om een ruïne op te poetsen, terwijl een nog bestaande historische structuur rustig wordt volgepland met parkeervakken. Aan de ene kant subsidie voor cultuurhistorie, aan de andere kant subsidie voor de tweede auto.
Het is een kwestie van prioriteiten. In Gennep wint de auto.
Keurmeester
Gennep is een van de mooiste vestingsteden van Limburg en zelfs van Nederland, volgens een ANWB verkiezing. Dat klinkt indrukwekkend. Het mooie is dat zo’n predicaat niets kost en geen verplichtingen oplevert. Je hoeft er alleen af en toe naar te verwijzen.
De echte vraag is hoe het er over tien jaar uitziet als al die plannen netjes zijn uitgevoerd. Stel je een keurmeester voor die niet naar woorden kijkt, maar naar stenen, zichtlijnen en historische waarden. Die bij de muur langsloopt en in de Groene Gracht terechtkomt. Die naar de plek kijkt waar je vooral auto’s aantreft, keurig in vakken. Dan kun je nog steeds vestingstad op een bordje zetten, maar dat is marketing en geen werkelijkheid.
Voor het te laat is
Het wrange is dat dit allemaal nog plannen zijn. Er ligt nog geen asfalt. Er is nog geen enkele extra auto in de gracht gereden. Het is nog steeds mogelijk om te zeggen: we doen dit niet. We zoeken ergens anders. We nemen het parkeeronderzoek serieus. We respecteren de afspraak uit 1993 en de bezwaren van inwoners, het advies van het Gelders Genootschap en de eigen Centrumvisie.
Maar daarvoor moet je iets doen wat in Gennep ingewikkelder lijkt dan een gracht vol parkeerplaatsen tekenen. Dan moet je toegeven dat je plan niet deugt. Dat een paar ambtenaren en bestuurders zich hebben vergist. Dat je parkeerruimte kunt creëren zonder erfgoed te slopen. Dat je niet tegelijkertijd de tegels bij inwoners uit de tuin kunt trekken en zelf een historische gracht als reserveverharding kunt behandelen.
Tot die tijd blijft Gennep een vestingstad die vooral op papier bestaat. Een stad waar bewoners tegels uit hun tuin trekken omdat het moet, en het gemeentebestuur in dezelfde beweging de Groene Gracht in de aanbieding doet als parkeeroplossing.
Je kunt daar cynisch van worden. Of je kunt er een column over schrijven en hopen dat iemand hem leest voor de eerste schep de grond in gaat.
Dwarsliggert







































