Connect with us

Zoek het zelf lekker uit!

Week van de groene tuin Maand van de Groene Tuin
GennepNews TopTuin 2022

Gemeente Gennep

Maand van de Groene Tuin

Maand van de Groene Tuin zet Gennep aan het scheppen, zaaien en loswrikken. De Tegeltaxi rijdt op maandag 13 april, vanaf 24 april ligt gratis bloemenzaad klaar en bewoners kunnen geveltuinen en boomspiegeltuintjes aanvragen. Minder steen scheelt hitte, regenstress en een straat vol grijs voor mens en dier.

In Gennep krijgen tuinen een zet richting planten, bloemen en minder steen met de Maand van de Groene Tuin. De gemeente komt deze keer niet aanzetten met alleen een nette folder en een foto van een glanzende border waar je zelf toch niet aan begint.

 

De boodschap is veel bruikbaarder. Haal wat tegels weg, zet er groen voor terug en meld je aan als je hulp nodig hebt. De gemeente haalt die tegels zelfs op, helpt bij een geveltuin en laat bewoners een boomspiegel in de straat aanpakken. Voor wie al afhaakt bij het woord schep ligt er ook nog gratis bloemenzaad klaar.

 

Dat komt op een handig moment. Zodra het een paar dagen zacht wordt, schuiven in Gennep de achterdeuren weer open. Mensen gaan met een mok koffie naar buiten, kijken de tuin in en zien plotseling alles tegelijk. Een plein van tegels waar de zon op brandt. Onkruid tussen de voegen dat rustig doet alsof het huurrecht heeft. Een blauwe plastic pot die ooit ergens leuk leek en sindsdien alleen nog verplaatst is van links naar rechts. En in een hoek staat altijd één plant die het volhoudt uit pure koppigheid. Dan volgt meestal hetzelfde moment van inzicht. Hier moet iets mee.

 

Maand van de Groene Tuin

 

De gemeente heeft dat moment kennelijk ook gezien en kiest daarom april voor de Maand van de Groene Tuin. Dat is een campagne waarbij steen eruit mag en groen terug kan komen. Niet in de vorm van grote idealen waar niemand zijn zondag voor opgeeft, wel in de vorm van dingen waar bewoners echt iets mee kunnen. De Tegeltaxi rijdt. Geveltuintjes kunnen worden aangevraagd. Boomspiegeltuintjes mogen worden aangelegd.

 

Vanaf 24 april ligt er gratis bloemenzaad op meerdere plekken in de gemeente.

 

Dat klinkt verstandiger dan weer zo’n verhaal over toekomstbestendige leefomgevingen waar uiteindelijk vooral papier warm van wordt. In de praktijk gaat het gewoon over straten die in de zomer minder heet worden, regenwater dat de grond in kan en tuinen waar iets anders groeit dan frustratie. Een tuin vol steen lijkt onderhoudsvrij, tot het dertig graden is en je buiten zit op iets wat aanvoelt als een net opgewarmde stoeptegel bij een bushalte.

 

Dan blijkt ineens dat wat groen toch best prettig is.

 

Je ziet het in heel gewone straten. Een rijtjeshuis met een voortuin van vier bij drie waar ooit iemand enthousiast een compleet terras van maakte. Een hoekwoning met twee boompjes in potten en verder alleen antraciet. Een tussenwoning zonder voortuin waar de gevel rechtstreeks op de stoep uitkomt, alsof daar in het ontwerp al rekening mee werd gehouden dat gezelligheid vooral binnen moest plaatsvinden. Daar wil de gemeente nu iets aan doen.

 

Tegels

 

De Tegeltaxi is vermoedelijk het onderdeel waar de meeste mensen iets bij voelen. Dat komt omdat bijna iedereen wel snapt wat het probleem is, alleen niemand zit te wachten op het gesjouw.

 

Tegels zijn prima zolang ze liggen. Zodra ze omhoog moeten, veranderen ze in een soort privéproject waar je halverwege spijt van krijgt. Dan sta je op zaterdagochtend in een tuinbroek die je alleen nog draagt uit gewoonte, met een kromme rug en een stapel klinkers waar je zelf ooit ja tegen hebt gezegd.

 

Toet toet, de tegeltaxi!

 

De gemeente neemt een deel van die ellende uit handen. Bewoners kunnen tegels uit hun tuin halen, netjes stapelen en aanmelden. Op maandag 13 april rijdt de Tegeltaxi door Gennep om die stapels gratis op te halen. Dat scheelt een aanhanger, een rit naar de milieustraat en de bekende fase waarin tegels twee weken naast het huis blijven liggen omdat niemand nog zin heeft in de laatste stap. De gemeente vraagt wel wat terug. De stapel moet bereikbaar liggen, er moet een voor en nafoto komen en per adres geldt een maximum van 20 vierkante meter.

 

Dat maximum is waarschijnlijk gezond voor iedereen. Zonder grens zou er altijd ergens iemand opstaan die denkt nu eindelijk zijn hele achterplaats om te bouwen tot privébos, waarna de straat vol ligt met stapels steen, losse kruiwagens en een buurman die op slippers aanwijzingen staat te geven. Zo blijft het behapbaar. Een flink stuk kan eruit, de rest kan later nog. Dat past ook beter bij hoe zulke dingen in het echt gaan. Weinig mensen veranderen in één weekend hun hele tuin. Meestal begint het met een hoek. Dan nog een strook. Dan ineens nog dat pad ook, want nu je toch bezig bent.

 

En die tegels verdwijnen niet in een soort eindstation voor oud terrasleed. Ze worden gerecycled en verwerkt in nieuwe betonproducten. Dat is ergens ook wel passend. Die oude stoeptegel krijgt gewoon een tweede carrière. Misschien belandt hij later weer in een straat, al heeft hij hopelijk dan een iets spannender leven dan jarenlang hitte terugkaatsen in een tuin waar niemand graag zit.

 

Straat

 

Niet iedereen heeft een tuin waar een halve vrachtwagen aan steen uit kan. In veel straten staan huizen direct aan de stoep. Dan houdt het klassieke beeld van tuinieren snel op. Dan heb je een gevel, een regenpijp en een voordeur die uitkomt op een strook grijs waar de sfeer meestal niet uit zichzelf ontstaat. Juist voor dat soort plekken heeft de gemeente de geveltuin.

 

Een geveltuin is een smalle strook planten tegen de gevel in de openbare ruimte. De gemeente kan zo’n plantvak laten aanleggen als de aanvraag wordt goedgekeurd. Bewoners kiezen daarna zelf de planten en doen het onderhoud. Dat is vrij slim geregeld.

 

Je hoeft niet eigenhandig de straat open te breken alsof je op een zaterdagmorgen een mini herinrichting van de buurt bent begonnen. De gemeente zorgt voor de aanleg, jij zorgt dat het geen kale bedoening blijft.

 

Zo’n geveltuin lijkt op papier klein. In het straatbeeld doet hij veel meer dan je denkt. Eén smalle strook met wat groen haalt al direct de hardheid uit een gevelwand. Een rij huizen kijkt anders terug als er iets groeit. Minder streng. Minder alsof alles hier vooral functioneel en schoonveegbaar moet zijn. Je hoeft daar geen romantisch tuinboek voor gelezen te hebben.

 

Iedereen ziet het verschil tussen een kale muur met een kliko ernaast en een gevel waar wat planten tegenaan leven.

 

Natuurlijk zitten er regels aan vast. De stoep moet breed genoeg blijven. De tuin mag maximaal 45 centimeter diep zijn. Je mag niet diep graven, geen bomen neerzetten en geen planten kiezen die de halve stoep overnemen of mensen in de kuiten prikken. Dat is allemaal logisch. Niemand zit te wachten op een passantenroute met doornstruiken ter hoogte van een kinderwagen. De grond blijft eigendom van de gemeente, de bewoner maakt er iets van. Dat is een werkbare verdeling. De straat blijft straat, alleen dan met iets meer adem.

 

Boomspiegel

 

Dan is er nog het boomspiegeltuintje, misschien wel het meest onderschatte onderdeel van de hele actie. Iedereen kent dat stukje grond rond een boom in de straat. Meestal ligt daar zand, een pluk gras die nergens om heeft gevraagd, een peuk, soms een blikje en in de zomer een korst grond waar niets veel zin in lijkt te hebben. Het is zo’n plek waar je blik altijd overheen glijdt omdat niemand ooit heeft besloten dat het ergens op mocht lijken.

 

Boomspiegeltuintjes

 

Dat mag dus wel. Bewoners kunnen toestemming vragen om van zo’n boomspiegel een klein tuintje te maken. De gemeente bekijkt of de plek geschikt is. Daarna kun je er lage planten in zetten en het stukje onderhouden. De grond blijft van de gemeente. Jij maakt er iets toonbaars van. Meer is het eigenlijk niet. Juist daarom is het aardig. Een heel klein stukje openbare ruimte krijgt ineens aandacht van iemand uit de straat in plaats van alleen af en toe een bezem van de buitendienst.

 

Wie dat doet, merkt waarschijnlijk snel dat mensen zich ermee gaan bemoeien. In positieve zin. Een voorbijganger die zegt dat het er leuk uitziet. Een buurvrouw die nog wel wat lavendel over heeft. Iemand die vraagt welke plant daar staat. Dat krijg je met een boomspiegel vol bloemen eerder dan met een kale ring zand. Zo’n plek trekt gesprek aan. In veel straten is dat al heel wat.

 

De regels zijn opnieuw duidelijk. Niet diep graven, want de wortels van de boom moeten heel blijven. Geen struiken, geen klimplanten, geen hoge soorten en geen planten met stekels of ander gedoe. Lage beplanting is prima.

 

Lavendel, vrouwenmantel, viooltjes, margriet, ooievaarsbek. Dat soort werk.

 

Planten die tegen een beetje droogte kunnen en niet meteen bij de eerste warme week de vlag hijsen. Onder een boom is het vaak droger dan mensen denken. Regen valt daar niet zo netjes recht naar beneden als op een tekening.

 

Zaaien

 

Voor mensen die liever niet meteen met een koevoet onder de tegels duiken, ligt de zaaigoedactie klaar. Dat is waarschijnlijk de vriendelijkste instap van het hele pakket. Je hoeft niets uit te breken, niet te sjouwen en niet te rekenen of er nog 120 centimeter stoep overblijft.

 

Je haalt een zakje bloemenzaad op, zoekt een stukje grond en begint gewoon.

 

Vanaf 24 april kunnen inwoners van de gemeente Gennep gratis bloemenzaad ophalen op verschillende plekken. De gemeente heeft drie mengsels klaarstaan. Een eenjarig mengsel dat snel kleur geeft. Een meerjarig bijenmengsel. Een meerjarig inheems mengsel dat vooral goed is voor de biodiversiteit.

 

Voor grotere stukken grond van 100 vierkante meter of meer kan zelfs een speciaal bloemenmengsel worden besteld. Dan gaat het al snel om serieuzer werk. Niet meer het hoekje naast de schuur, wel het terrein waar iemand ineens denkt dat het misschien tijd wordt dat er iets anders groeit dan alleen kort gemaaide moedeloosheid.

 

Het mooie aan zaaien is dat het iets lichts heeft. Je hoeft niet eerst het halve straatwerk te bevechten. Een beetje grond losmaken, onkruid eruit, zaad erin en dan hopen op regen. Dat laatste is misschien wel het meest Nederlandse onderdeel van tuinieren. Je staat niet naar een inspirerend moodboard te kijken, je staat naar de lucht te kijken.

 

Komt er nog wat aan of wordt het weer zo’n week waarin alles stof staat te happen.

 

De zaden zijn op meerdere locaties in de gemeente op te halen, onder meer in wijkcentra en dorpskamers. Dat maakt het toegankelijk. Geen tocht langs een bedrijventerrein waar je eerst drie loketten langs moet en daarna nog een folder meekrijgt waar niemand om vroeg. Gewoon ophalen, meenemen en thuis aan de slag. Wel zolang de voorraad strekt. In gewone mensentaal betekent dat dat de vroege vogels de beste bloemen krijgen.

 

Hitte

 

Onder al die acties zit een serieus verhaal dat de gemeente terecht blijft herhalen. Veel steen zorgt voor problemen bij hitte en zware regen. Water kan moeilijk weg en op warme dagen houden tegels de warmte vast alsof ze daarvoor zijn aangenomen. Groen helpt daartegen. Planten zorgen voor verkoeling, de bodem neemt water beter op en insecten, vogels en vlinders krijgen weer ruimte.

 

Dat klinkt misschien groot voor een paar vierkante meter tuin, maar je merkt zulke dingen juist op kleine schaal.

 

Iedereen kent die achtertuin waar je op een warme avond even gaat zitten en na tien minuten weer naar binnen vlucht omdat alles nog gloeit. Of die straat waar na een flinke bui plassen blijven staan tussen stoep en gevel. Dat zijn geen abstracte klimaatverhalen. Dat is gewoon hoe een buurt aanvoelt op een hete of natte dag. Minder steen en wat meer groen lossen niet alles op, wel meer dan mensen vaak denken.

 

Daar komt nog iets bij. Een groene plek nodigt uit tot gebruik. Je blijft sneller even buiten staan. Je maakt makkelijker een praatje. Een straat met wat planten en kleine tuintjes voelt anders dan een straat die alleen uit rechte lijnen, containers en parkeerdruk bestaat. Dat is geen poëzie, dat is observatie. Mensen lopen anders door een straat die ergens op lijkt.

 

Gennep legt met de Maand van de Groene Tuin dus geen onhaalbare opdracht op tafel. Niemand hoeft ineens tuinarchitect te worden. Niemand hoeft een complete metamorfose te leveren voor applaus uit de buurtapp.

 

De opzet is kleiner en daardoor slimmer. Een paar tegels eruit. Een gevelstrook vol planten. Een boomspiegel waar eindelijk iets gebeurt. Een hand bloemenzaad in de grond. Zo begint het meestal. Eerst doe je iets kleins. Daarna kijk je er een paar dagen naar. Dan denk je dat die andere hoek misschien ook wel mee kan.

 

En voor je het weet zit je in juni in een tuin die ineens minder op een oude parkeerplaats lijkt.

 

Dat is ongeveer waar de gemeente op gokt. Dat mensen in april naar buiten stappen, om zich heen kijken en besluiten dat het wel klaar is met al dat steen. Niet omdat iemand dat heel inspirerend heeft opgeschreven, wel omdat je het gewoon ziet. In de tuin. In de straat. Rond die boom voor de deur.

 

Dan is het prettig dat er een Tegeltaxi rijdt, dat je bloemenzaad kunt ophalen en dat een geveltuin niet eerst hoeft te stranden in gedoe. Dat maakt de stap kleiner. En juist die eerste stap doet meestal het meeste.

 

Verwant

Milsbeek

De schoorsteen van de voormalige steenfabriek in Milsbeek moet verhuizen omdat op de huidige plek de dijk voor Lob van Gennep wordt verlegd. Het...

Gemeente Gennep

Tijdens het ID Café in Pica Mare presenteren vijf initiatiefnemers hun plannen voor de ID Trofee 2026. Ideeën uit Ottersum, Milsbeek, Heijen en Gennep...

Gennep

Kapelaan Slaven Brajkovic verlaat na ongeveer tweeënhalf jaar de parochies van Gennep, Heijen, Afferden, Siebengewald en Bergen. Hij gaat in de regio Meerssen aan...

Milsbeek

Land van Grind en Zand heeft een nieuwe fietsroute van 40 kilometer langs Milsbeek. ‘Het Spoor van Zand en Grind’ komt langs De Gebrande...