In Gennep gebeurde vorig jaar iets bijzonders. De stad kreeg er tien gloednieuwe huizen bij. Je zou denken dat dat op zich niet zo opmerkelijk is, ware het niet dat deze huizen eerder dienst deden als kantoor of winkel. Ja, je leest het goed, Gennep is de plek waar woningtransformaties een trend werden.
In feite droegen deze ombouwoperaties maar liefst acht procent bij aan de groei van het aantal huizen in de stad. Althans, dat is wat de nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek ons vertellen. In 2022 zijn hier tien woningen ontstaan door transformatie, oftewel 7,8 procent van alle nieuwe huizen.
Ombouwcapaciteit
Nu hoor ik je denken, tien huizen, dat is niet bepaald een bouwgekte, toch? Wel, in de wereld van Gennepse woningbouw is dit bijna een revolutie. Immers, het is niet de kwantiteit die telt, maar de creativiteit, of in dit geval, de ombouwcapaciteit. Per saldo, inclusief gesloopte panden, streek Gennep vorig jaar neer met 126 nieuwe woningen.
In de eerste negen maanden van dit jaar volgden er nog eens 58. Dat zijn cijfers waar ze in de Niersstad trots op kunnen zijn, want als je kijkt naar de rest van Limburg, dan kunnen ze zich met recht de pioniers van de pandenmetamorfose noemen.
Nieuwbouw
Wat opvalt is dat Gennep niet per se in de lift zit vanwege de nieuwbouw, maar eerder uit pure noodzaak. Adviesbureau ABF hamerde er eerder op dat er, om halverwege de eeuw iedereen fatsoenlijk onderdak te kunnen bieden, minstens 8.450 woningen in Gennep nodig zouden zijn. En dat is nogal een sprong voor een stadje dat momenteel 7.710 huizen telt.
Je zou bijna denken dat ze in Gennep bij elk vrij hoekje en gaatje een woning proberen te persen. Maar dat is natuurlijk niet helemaal waar. Het probleem ligt elders.
Bittere pil
Het slechte nieuws is dat de nieuwbouwplannen als een olievlek over het landschap blijven verspreiden zonder ooit echt tot bloei te komen. Sterker nog, het aantal landelijke woningtransformaties is voor het eerst sinds 2015 onder de tienduizend gezakt. Dat is een bittere pil voor onze demissionaire woonminister, die halverwege 2022 nog droomde van een glorieuze 15.000 per jaar.
En als we wat dieper graven, zien we dat vooral voormalige kantoren het moeten ontgelden. Het CBS meldt met enige zwaarmoedigheid dat het aantal nieuwe huizen in voormalige kantoorpanden vorig jaar met maar liefst dertig procent is gedaald. Dat is geen schrijffout maar de realiteit.
En dat komt niet alleen omdat er simpelweg minder kantoorgebouwen werden omgebouwd, maar ook doordat er per kantoorpand minder nieuwe woningen uit de grond werden gestampt. Gemiddeld waren het er acht, in plaats van tien.
Het Economisch Instituut voor de Bouw is niet verbaasd. Zij vonden de ombouwdoelen van minister Hugo De Jonge altijd al aan de hoge kant.







































