De Tweede Kamer wil onafhankelijk onderzoek naar de manier waarop Molukkers na hun komst naar Nederland zijn behandeld. Sinds 1951 maken Molukkers deel uit van de Gennepse samenleving.
De motie van ChristenUnie-Kamerlid Don Ceder kreeg steun van twaalf andere fracties en kan daardoor rekenen op een ruime meerderheid.
Het onderzoek moet duidelijk maken welke rol de Nederlandse Staat heeft gespeeld bij de opvang en behandeling van Molukkers die begin jaren vijftig naar Nederland kwamen. De uitkomsten moeten leiden tot erkenning van het leed dat veel Molukse families hebben ervaren en mogelijk tot een passend gebaar van de overheid.
Gennep
Sinds 1951 maken Molukkers deel uit van de Gennepse samenleving. In dat jaar kwamen de eerste Molukse KNIL-militairen en hun gezinnen naar Nederland. Zij hadden aan Nederlandse zijde gevochten tijdens de onafhankelijkheidsoorlog in voormalig Nederlands-Indië.
Ongeveer negentig Molukkers kwamen terecht in Gennep. Zij werden ondergebracht in woonoord Genapium, een voormalig barakkenkamp dat eerder werd gebruikt voor arbeiders die betrokken waren bij de wederopbouw van de gemeente.
De komst naar Nederland was bedoeld als tijdelijke oplossing. Veel Molukkers gingen ervan uit dat zij zouden terugkeren naar hun geboortegrond. Die terugkeer kwam er nooit.
De omstandigheden in de woonoorden waren vaak eenvoudig. In de beginjaren mochten bewoners het kamp nauwelijks verlaten en konden zij niet werken. Later veranderde dat en vonden veel Molukkers werk bij de Pagefabriek in Gennep en bedrijven in de regio.
Molukse wijk
Toen duidelijk werd dat het verblijf in Nederland niet tijdelijk zou zijn, bouwden veel Molukse gezinnen een nieuw bestaan op in Gennep.
Midden jaren zestig verhuisden veel families naar de Vogelbuurt. De wijk groeide uit tot het centrum van de Molukse gemeenschap in Gennep. Volgens historische gegevens wonen daar tegenwoordig ongeveer vierhonderd Molukkers. Daarnaast wonen Molukse inwoners verspreid over de rest van de gemeente.
De gemeenschap heeft een eigen kerkelijk leven, verenigingen en ontmoetingsplaatsen. Tegelijkertijd zijn Molukkers al generaties lang actief binnen sportclubs, muziekverenigingen, carnavalsverenigingen en andere organisaties in Gennep.
Erkenning
De Tweede Kamer wil dat het onderzoek niet alleen kijkt naar de opvang van Molukkers, maar ook naar de verantwoordelijkheid van de Nederlandse overheid. Volgens de indieners van de motie is er nooit volledige erkenning gekomen voor wat de eerste generatie Molukkers heeft meegemaakt.
Het onderzoek kijkt terug op gebeurtenissen van ruim zeventig jaar geleden. In Gennep zijn de sporen daarvan nog altijd zichtbaar in de Molukse gemeenschap die sindsdien onderdeel is geworden van de gemeente.







































