Agenda
Volg ons
Shared Space
 

Over zwijnen en zwijnerijen

“Het wilde zwijn is een aanwinst voor de natuur,” zegt Natuurmonumenten. Wildbeheereenheid Maas en Niers (WBE) denkt daar anders over. Daarom verzorgt Hubert Stassen, de projectleider van Stichting Servicebureau Wildbeheereenheden Limburg (SSWL), een zwartwildpresentatie waarvoor gemeenten, particuliere terreineigenaren, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, IVN, waterschap en LLTB zijn uitgenodigd. Café Het Wilde Zwijn in Ven-Zelderheide is de toepasselijke locatie.

 

 

Nulstand

 

 

De provincie heeft als kerntaak diersoorten te beschermen. Voor wilde zwijnen gelden er andere regels. De WBE heeft sinds 2007 in totaal 130 wilde zwijnen afgeknald in de gemeenten Gennep en Mook en Middelaar. Volgens de wet zijn zwijnen illegaal. Buiten drie officiële leefgebieden (De Veluwe, Nationaal Park de Meinweg en het gebied rond het Limburgse Meerlebroek) geldt een zogeheten nulstand: alle zwijnen moeten worden afgeschoten.

 

 

In de zuidelijk provincies zijn de zwijnen inmiddels zo talrijk dat enkele natuurorganisaties en politieke partijen pleiten voor het erkennen van de nieuw veroverde leefgebieden. Dat strijkt de agrarische sector, gesteund door VVD en CDA, tegen de haren. Wat hen betreft wordt de nulstand gehandhaafd vanwege het risico op dierziektes. En dus lijkt het wild zwijn de zondebok te worden. Ieder zwijn dat zich buiten de aangewezen leefgebieden begeeft is kanonnenvoer voor jagers.

 

 

Moet een wild dier wijken voor een industrie die vooral voor vervuiling en dierziektes zorgt? En hoe groot is het risico nu precies?

 

 

Bij de laatste grote uitbraak van de klassieke varkenspest (KVP) in 1997 waren niet wilde zwijnen de boosdoener, maar verspreidde het virus zich tussen de bedrijven zelf.

 

 

Vanwege de financiële risico’s die varkenshouders lopen in het geval van een uitbraak is er de toezegging van het ministerie van Economische Zaken dat de nulstand gehandhaafd blijft. Het wilde zwijn was destijds nog in geen velden of wegen te bekennen. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) lijkt er vanuit te gaan dat dit nog steeds zo is omdat ‘buiten de officiële leefgebieden geen wilde zwijnen worden getolereerd’. In praktijk hebben de dieren zich al op veel plekken gevestigd. Natuurliefhebbers zijn blij met het beest dat hier vóór 1900 overal leefde.

 

 

Regio

 

 

In deze regio zijn zwijnen ook weer steeds vaker in het wild te bewonderen. Ze komen vanuit het Reichswald en tussen Groesbeek en Nijmegen zit een populatie. Door te wroeten maken zwijnen de ondergrond los waardoor natuurlijke verjonging van het bos mogelijk wordt. Bovendien dragen ze bij aan de natuurbeleving van veel mensen. Volgens Natuurmonumenten is het weren van het wilde zwijn een gepasseerd station. Een heksenjacht op het dier leidt alleen maar af van de werkelijke oorzaken.

 

 

Met het plaatsen van zwijnenrasters, de aanleg van natuurbruggen en het verlagen van de maximale snelheid op wegen blijkt het samenleven van mens en wild zwijn in veel gevallen prima haalbaar.

 

 

De WBE blijft streven naar nulstand. SSWL en De Jagersvereniging hebben aangedrongen op meer bevoegdheden. De roep om afschot gaat gepaard met lonken naar de herinvoering van de drijfjacht: een controversiële vorm van jagen die sinds 2002 is verboden. Drijfjacht maakt het moeilijk om dieren dodelijk te raken, waardoor veel dieren ‘alleen’ gewond raakten. Natuurmonumenten vindt deze vorm van jacht vanuit dierenwelzijn onverantwoord en een slecht idee.

 

 

Tijdens de zwartwildpresentatie wil de WBE bewustwording creëren en roept op om een keuze te maken. Frans Bouhuis in De Gelderlander:

 

 

Wil je zwijnen op een terrein houden, zet er dan een hek omheen. Of faciliteer de jagers, laat ons op je terrein toe zodat we kunnen voorkomen dat het er te veel worden.

 

 

Reacties