Het is bijzonder hoe woorden kunnen reizen. Soms belanden ze waar ze thuishoren, soms op een dwaalspoor. Zo las ik de ingezonden brief in de Maas- en Niersbode, over sport, fusies en verantwoordelijkheid. Geschreven met vuur, dat moet gezegd. Alleen: niet over de juiste woorden.
Er werd verwezen naar een suggestie dat de gemeente SPES en VIOS zou dwingen tot samenwerking. Maar die suggestie is nergens gedaan. Niet in de column, niet tussen de regels.
De tekst waar de briefschrijver op reageert, ging over VV Heijen, een voetbalclub die moet verdwijnen. Een ander raadslid misbruikte het voorbeeld van VIOS en SPES om te doen alsof het voor andere verenigingen dan ook allemaal wel meevalt.
Maar de column ging ook over schaalvergroting, beleidstaal en de vraag of âmeebewegenâ altijd hetzelfde betekent als vooruitgang.
Verder geen slecht of goed woord over de samenwerking bij het korfbal. Zowel zonde als typerend dat juist dit voorbeeld wordt aangegrepen voor een reactie. De echte problemen die aangekaart worden, blijven niet alleen onbeantwoord, maar worden ook tenietgedaan.
Typisch politiek, zullen we maar zeggen.
De reactie ging dus over korfbal. En over mij. Mijn schaduw. Mijn vermeende onwil om verantwoordelijkheid te nemen. Ik snap het ook wel. Een spiegel is confronterend. Zeker als je hem niet vast durft te houden. Soms kraakt die een beetje. Soms wringt hij precies daar waar beleid en werkelijkheid niet naadloos overlappen. Al helemaal als je denkt dat alles wat niet juicht, tegenwerkt.
Maar ik neem mijn verantwoordelijkheid. Alleen anders dan de briefschrijver wil. Ik stel vragen en kaart onderwerpen aan, die zonder deze columns juist in de schaduw zouden blijven. Daar is niets mis mee. Dat hoort bij democratie. Een column is geen raadsvoorstel, maar dat maakt hem niet minder waardevol. Integendeel.
Niet alleen de toon mag scherp zijn, laten we ook scherp blijven op de inhoud. Als een politicus zich aangesproken voelt door iets wat niet over diens partij of beleid gaat, zegt dat misschien meer over gevoeligheden dan over mijn bedoelingen.
En ik weet zelf ook wel: goede intenties leiden niet altijd tot goede gevolgen. Dat geldt voor mij, maar ook voor goedbedoelende raadsleden. Volgens de brief ben ik verdacht. Want ik schrijf anoniem. Dat mag schijnbaar niet in Gennep.
Dan ben je een schaduwfiguur, niet bereid om bij te dragen.
Vraag het aan Daft Punk. Aan Banksy. Of Anonymous. Niemand weet wie het zijn. Toch luisteren mensen. Kijken mensen. Anonimiteit doet niets af aan de waarde van wat iemand maakt, schrijft of zegt. Integendeel â soms geeft het juist de vrijheid om eerlijker, onafhankelijker en onbevangener te zijn dan onder de druk van herkenbaarheid.
Maar in Gennep verwachten ze dat je eerst naar de raadzaal komt, voor je een mening mag hebben. Alsof je naam op een column plakken iets zegt over de waarde ervan. Of over de moed. Meestal zegt het alleen iets over de behoefte aan aandacht.
Anoniem schrijven betekent niet: vrijblijvend roepen. Het betekent: ruimte scheppen voor een ander geluid. Zonder last van partij, belang of club. Dat is geen lafheid. Dat is onafhankelijkheid. En noodzakelijk, want sommige onderwerpen zijn te belangrijk om in achterkamertjes of in de schaduw te blijven.
Toch ben ik blij met de brief. Echt. Want een spiegel werkt pas als iemand erin kijkt. En dat is gebeurd. De kritiek raakt me niet, maar de aandacht bewijst het nut van de column.
Misschien zit het echte probleem niet in anonieme woorden, maar in het onvermogen om ernaar te luisteren. Maar luisteren is de sleutel. Ook naar wat je liever niet hoort. Zelfs als het uit de schaduw komt.
Dwarsliggert
Archieffoto slechts ter illustratie







































